ik leef in een wereld. Ik leef in een wereld van blauw, maar zelf ben ik groen. Nog niet wetend waarvan ik hou, Of wat te doen. En als ik mijn ogen dan sluit, Voor de nare vallen die gaan komen. Voor het onbesliste besluit, En de problemen die zich klonen. Ik verwacht dan van mijn geliefden, Die me kennen, als door en door blauw. Dat ze me niet zullen doorklieven, Met hun scherpe, vreemde klauw. Ik verwacht dan van mijn wereld, Die steeds maar groener groeit. Dat hij niet van te voren wordt bezegeld, Maar dat hij opgebloeid.
ik zou wat veranderen aan 'nare vallen' en 'problemen die zich klonen'. Ligt het aan mij of klinkt dit zo slecht?